Na ons tripje in december 2016 met fotografen en een tripje met Martine in de paasvakantie begon het toch lang geleden te zijn dat ik nog eens in de Vogezen was. Een plan voor november is al gesmeed, maar november is nog zo lang. Daarom het prachtige plan om vrijdagavond te vertrekken na het werk met de motor, slapen in Noord-Frankrijk, zaterdag naar mijn favoriete herberg in les Vosges, zondag foto’s maken van gemzen tussen de bloemen en terug te rijden naar Noord-Frankrijk, maandag naar huis. Zo gedacht, ongeveer zo gedaan.
Het was enorm winderig toen ik zaterdag aankwam. Het valkruid (Arnica montana) stond volop in bloei en te wiebelen.
Ook de mooie gele gentiaan begon hier en daar al te bloeien. Wat ook opviel: alle vorige keren dat ik er was dacht ik dat het vol met lijsterbessen stond. Blijkbaar is ongeveer de helft lijsterbes en de andere helft (denk ik) zweedse meelbes op de open vlaktes. Zo zonder bladeren had ik dat niet gezien. Deze twee zijn van hetzelfde geslacht Sorbus, dus de gelijkenis is wel groot.
Maar waar zijn die gemzen nu? Ik zag niks op de top van de Hohneck. Ook niet op de flanken. Tot ik opeens een edelhert zag wegspringen in de verte. Maar daar stonden er nog meer. Mooi lichtbruin blinkend in de zon. Ik maakte een foto en zoomde in. Het bleken gemzen! Tot nu toe waren alle gemzen die ik zag donkerbruin tot bijna zwart. Maar in de zomer zijn ze dus blijkbaar véél lichter, tot zelfs lichtbruin. Gemzen zijn normaal schuwe dieren, maar op de Hohneck valt het goed mee als je je rustig houdt en er geen honden in de buurt zijn. Dat bewijst de eerste foto: de bruine stipjes links zijn de mooie dieren waar ik voor kwam, rechts de toeristen zoals ikzelf. Als je op een foto klikt, krijg je hem groter te zien.
De avond viel, de zon zakte achter de wolken en dat leverde hele mooie landschappen op. De Vogezen, prachtig! Ik voelde me er erg gelukkig en blij. Het streekgerecht wachtte op mij in de herberg en was zoals altijd perfect. De nacht viel en de ochtend kwam snel. Wie ongestoord gemzen wil zien moet gaan voor de wandelaars (en hun honden). Buiten wat collega-fotografen was het eenzaam. En héél winderig. En héél mistig. De moed zonk in mijn schoenen want dit was wat ik zag het eerste halfuur.
Gelukkig blies de wind zo hard, waardoor de wolken snel verdwenen en plaats maakten voor licht. Om dan weer mist te krijgen, weer zon, enzovoort. Eindelijk spotte ik de gemzen, op dezelfde plek als de avond ervoor!
Ze graasden lustig en leken op mij te wachten. Omdat ik met de motor was had ik één toestel mee en één lens: de compacte 70-300mm. Op een fullframe-camera geeft dat niet een enorm tele-effect, dus ik wist dat ik vrij dicht zou moeten kunnen naderen.
Op de ander kant, meer naar de top van de Hohneck, zaten ook gemzen. Daar stonden ook de meeste bloemen, en daar kwam ik dus eigenlijk ook voor. Er zat zelfs een baby-gemsje tussen! Tam zijn ze natuurlijk helemaal niet, en af en toe zetten ze het op een lopen. De gemzen stijgen ‘s morgens (of ‘s nachts?) en dalen dan in de loop van de ochtend af. Ze rennen af en toe een stukje als een zot naar beneden. Gedekt door de bomen stond ik op het pad te wachten en er kwam een gems dichtbij langsgestormd.
Toen zag ik dat de moeder met baby ook naar beneden ging komen, maar rustiger. En zoals je kan verwachten van zo’n klein geitje, huppelt en speelt het en rent het voor de moeder uit. Héél dichtbij, en echt schattig van het niveau dat smelten begint.
Wegspringen en buitelen is er natuurlijk ook bij.
Jammer natuurlijk dat de laatste foto niet echt scherp is, maar de ervaring om zo dicht bij wilde, grote zoogdieren te kunnen zijn is echt onvergetelijk. Ik besefte het pas achteraf, bij het ontbijt.
Prachtig !!